Een klooster voor de Mechelse Geschoeide Karmelieten

 

Op de plaats waar nu de oude stadsfeestzaal staat, stond tot het begin van de 19de eeuw het klooster van de Mechelse Lieve- vrouwbroeders of Geschoeide Karmelieten. Deze kloosterlingen waren gericht op stil gebed, armoede en handenarbeid. Vanaf 1303 zochten ze de bescherming op van de Mechelse stads- muren. Beetje bij beetje groeide de kloostergemeenschap en bezat ze in verschillende steden bijhuizen. Een hevige strijd tussen rooms-katholieken en protestanten in de tweede helft van de 16de eeuw belette een verdere bloei van de kloostergemeen-schap. Op 9 april 1580 namen protestantse troepen Mechelen in. Het nieuwe stadsbestuur gaf op 17 juni van dat jaar de opdracht om het klooster van de karmelieten af te breken. Na de verdrijving van de protestanten uit de stad in 1585, bouwden de teruggekeerde Lievevrouwbroeders stelselmatig een schitterend nieuw klooster.

De annexatie van onze gewesten door het antiklerikale Frankrijk in 1796 verdreef de Geschoeide Karmelieten uit Mechelen. Op 13 november 1796 boden Franse agenten de paters een schade- vergoeding aan, die zij weigerden. Op 10 december werd de kerk verzegeld en op 12 december werden de paters met geweld uit het klooster verdreven.

Op 3 mei 1797 werden de kerk, het klooster en de hovingen verkocht aan Raphaël De Coster, een pater in de Gentse Sint-Pietersabdij. Toen een terugkeer van de Lievevrouwbroeders uitbleef, verkocht hij de kerk en het klooster in 1804 aan Joannes Baptista Permentier, die ze nog dat jaar liet afbreken voor de bouwmaterialen.

Van klooster tot stadsfeestzaal

Klooster van de geschoeide Karmelieten aan de Merodestraat.

 

▲​ Deze gravure van Lucas Vorstermans toont het ruime, heropgebouwde klooster van de Mechelse geschoeide karmelieten in 1734. Vooraan de Frederik de Merodestraat met de toegangspoort tot het voorplein van de barokke kloosterkerk (links) en de ingang van het klooster (rechts). Het noordelijke transept van de kerk reikte tot tegen de Veemarkt (linkerzijde). De Varkensstraat vormde de zuidelijke begrenzing van het kloosterdomein (rechterzijde).

 

Deze gravures van J.B. De Noter geven een impressie van het kloostercomplex van de Geschoeide Karmelieten rond 1790 vanuit de Frederik de Merodestraat en de Biest.

 
afb 03_SME001001390 (c) Stadsarchief Mec
8.jpg

In 25 moten opgedeeld

 

Het volledig kaalgeslagen terrein van het voormalige klooster werd in 1819 opgedeeld in 13 percelen en openbaar verkocht. Het grootste deel kwam in handen van omwonenden die ze in de meeste gevallen in gebruik namen als tuin. Hierdoor bleef het vroegere kloosterterrein grotendeels onbebouwd. Rond 1859 kwam het grootste deel van deze loten opnieuw in het bezit van één man, advocaat Guillaume Frans. Hij vestigde zich op de Veemarkt in een kluizenaarswoning die ooit tegen de kloosterkerk aanleunde en liet die uitbreiden en verfraaien. Achteraan gaf dit huis uit op een enorme tuin. Na het overlijden van het kinderloze echtpaar Frans besloot hun erfgenaam, Henri-Théodore Hap uit Etterbeek, hun herenhuis meteen te gelde te maken. De eigendom werd opgesplitst in liefst 25 loten en in 1880 openbaar verkocht.

Een gebouw voor de Rijksmiddelbare Meisjesschool

 

In 1879 kreeg het Mechelse stadsbestuur van de minister van Onderwijs de vraag om de betalende ‘lagere meisjesschool met voortgezet programma’ om te vormen tot een gemeentelijke middelbare meisjesschool, gesubsidieerd door de staat. De toenmalige scholen op de Wollemarkt en in de Frederik de Merodestraat kampten bovendien met plaatsgebrek.

Het moment leek dus ideaal om te investeren in de aankoop van nieuwe gebouwen. De grote, goedverlichte kamers van de vroegere woning van de familie Hap konden makkelijk omgevormd worden tot klaslokalen. Een deel van de ruime tuin kon dienen als speelplaats. Op het grote terrein was zelfs nog ruimte voor een 'bewaarschool' voor jongens en meisjes van drie tot zes jaar. En voor een grote zaal voor feesten en multifunctioneel gebruik voor verenigingen en de stedelijke scholen (overdekte speelplaats, turnzaal, ...). In 1880 kwamen het huis aan de Veemarkt en zeven grote loten van de tuin in handen van stadsarchitect Victor Louckx, die ze kocht in opdracht van het stadsbestuur. In februari 1881 startten de aanpassingswerken aan het huis aan de Veemarkt - onder andere het inrichten van een viertal klaslokalen en een woning voor de directrice. Enkele maanden later werd de school geopend.

Victor Louckx tekent drie varianten voor het schoolcomplex

 

In januari en februari 1883 werkte stadsarchitect Louckx zelf drie mogelijke varianten uit voor de uitbreiding van de Rijksmiddelbare Meisjesschool.

De varianten werden voorgelegd aan de commissie van openbare werken en onderwijs en besproken in de gemeenteraad. In de eerste variant werd de multifunctionele zaal ondergebracht in een gebouw aan de Frederik de Merodestraat en de klassen in een afzonderlijk gebouw aan de Veemarkt. Louckx was zelf voorstander van deze variant: het bood een grote speelplaats en een geïsoleerde zaal, verlicht en verlucht langs twee zijden. De tweede variant bracht de zaal en de klassen onder in één gebouw aan de Frederik de Merodestraat. De commissie koos voor variant twee, maar dan met de klassengang aan de rechterzijde. Dit werd door de architect uitgewerkt in variant drie.

afb 05_Veemarkt 41_Sam_secr arch_1881, v

De aankondiging van de openbare verkoop van de eigendommen van Henri-Théodore Hap door notaris J.B. Verhaeghen in 1880 geeft de omvang van het geheel weer. De verkoop omvatte in totaal 6 eigendommen, opgedeeld in 25 loten. Het bijgevoegde plan toont het woonhuis van de heer Frans Hap aan de Veemarkt 29 met tuin en wandelpaden (lot 1), tuin aan de Frederik de Merodestraat (loten 5, 6 en 7), bijgebouw aan de Veemarkt met achterliggende tuin (loten 11 en 12) en tuin aan de Varkensstraat (loten 13 t.e.m. 25).

 

▼ Op de plannen van 13 maart 1883 van de stadsarchitect Victor Louckx is de totaliteit van het ontwerp duidelijk weergegeven. In de uiterst rechtse travee van de façade van de Frederik de Merodestraat bevond zich een ruime trappenhal die de verbinding maakt tot de galerij van de zaal. In het verlengde van de zaal valt de lange gang op met aan weerszijden klaslokalen en de nodige trappen.

 
afb 08_Veemarkt 41_plan Louckx (c) Stads

Het ministerie van Onderwijs belooft een tussenkomst van één derde in de bouw van de klassen van de bewaarschool en van de helft in de totale kosten voor de middelbare school. In 1884 start- ten de werken. Begin 1885 stond alles al onder dak en op 1 september van dat jaar werd de nieuwbouw in gebruik genomen, al was het wel nog enkele jaren wachten op de volledige afwerking en bemeubeling.

De voorgevel krijgt een statig karakter door de decoratieve gevelelementen, de afwisseling van baksteen met arduin en de accenten van de eerste en de vijfde travee. De vrij sobere gevel wordt opgefleurd door kleurcontrasten en diverse details. Het interieur werd gerealiseerd in neoklassieke stijl. Hoewel de architect de historische stijl- en vormkenmerken zeer vrij inter- preteerde, verraden enkel details de invloed van de Italiaanse renaissance. Op het gelijkvloers dragen Dorische zuilen een half- cirkelvormige bogenrij met een omlopende gelede architraaf. Hetzelfde herhaalt zich in de galerij, maar met Ionische zuilen. De schrijnhouten deuren en de guillocheband, die tussen beide verdiepingen loopt, verwijzen dan weer naar het classicisme. Het grondplan herinnert aan een klassieke basilica. De omlopende galerij is vervangen door een korfboogvormige absis aan de korte zijde tegenover de inkom. Deze dient als scène. In het verlengde van de omlopende gang bevinden zich naast het podium twee kleed- of dienstvertrekken. De rechtse heeft een gaaf bewaarde ijzeren spiltrap naar de galerij.

1.jpg

Op 25 augustus 1884 tekende stadsarchitect Victor Louckx de bestaande tuin- muurgevel aan de Frederik de Merodestraat op met relicten van het voormalig klooster van de Geschoeide Karmelieten. Op de gewenste toestand is de nieuwe façade van de ‘zaal voor een gymnasium, overdekte speelplaats en voor uitdeling van prijzen’ zichtbaar.

 

Volgens het ontwerp van 1883 gaf de zaal, zonder vestibule, uit op de Frederik de Merodestraat. Het invallend daglicht dat zowel van de gevelzijde als van de bovenzijde kwam, zorgde voor een egaal verlichte zaal. Een trappenhal maakte de verbinding naar de galerij op de eerste verdieping. De trappenhal werd geïntegreerd in de uiterst rechtse travee van de zaal.

 

Al kort na de bouw vertoonde de dakconstructie gebreken. In een verslag uit 1896 zegt stadsbouwmeester Van Boxmeer dat het dak en de gedeeltelijke beglazing van de feestzaal zich in slechte staat bevinden. In hetzelfde verslag vermeldt hij dat het interieur van de zaal zeer vuil is en dat de ornamenten van de fries grotendeels zijn losgeraakt en verdwenen. Van Boxmeer noteert verder dat de zaal nooit geschilderd is en dat zelfs het houtwerk enkel grondlagen heeft. Hij adviseert om de ruime zaal te verfraaien met een toonschildering. Het college antwoordt dat enkel de werken voor het verzekeren van het dak mochten starten.

 

Tijdens het materiaaltechnisch onderzoek in 2009-2010 werden inderdaad geen afwerkingslagen gevonden die van voor 1918 dateren. Als er voordien al geschilderd was, gebeurde dat met reversibele verven als lijm- of kalkverf. Bij een beschrijving voor schilderwerken in 1923 staat dat “de bestaande schildering of lijmverf op lanterneau, plafonds, ook op de muren, ...” eerst moet worden afgewassen.

Een echte feestzaal

In 1897 was een gezamenlijk gebruik van de zaal door de stad en de Middelbare Meisjesschool niet langer werkbaar. Steeds meer verenigingen vroegen om de zaal te mogen gebruiken, wat enkel kon na toestemming van de school. Door het risico op beschadiging was de zaal ook niet geschikt als turnzaal. Kort daarop werd de school gescheiden van de zaal, die voortaan alleen nog gebruikt werd als stadsfeestzaal.

 

Door de gedeeltelijke beglazing van het dak baadt de feestzaal in natuurlijk licht. Een situatie die zich heel goed leende voor het gebruik van de zaal voor tijdelijke tentoonstellingen. De glazen afwerking van de daknok en de onderliggende laterneau leiden al van bij het begin tot herhaaldelijke herstellingswerken.

 

Rond 1923 brachten de stadsdiensten de eerste afwerking aan: op de muren een geschilderde lambrisering in houtimitatie met daarboven een zachte groenbeige laag; de zuilen en mogelijk ook de bühnewanden hadden een bruinrode kleur, de boogzwikken een okerafwerking. Het materiaal- technisch onderzoek wees uit dat het volledige interieur nadien een groene kleur kreeg. Deze fase werd echter heel snel overschilderd; mogelijk was men niet tevreden met het resultaat.

Turnfeesten van onder meer De Roode Turners (1923), turnkring ‘Moed en Kracht’ (1952) en de Koninklijke Kring der Mechelse Turners vzw (1965).

 
afb 14_1930..oude stadsfeestzaal Copy Ja

Op een foto van omstreeks 1930 baadt de feestzaal in daglicht. De rond 1923 aangebrachte schildering op de wanden en de zuilen is zichtbaar: een geschilderde lambrisering in houtimitatie in de zijbeuken met daarboven een afwerking in een zachte groen-beige laag.

 
afb 13_SME001013921_ 1924_Fr barnabe_ten

Een foto van 17 oktober 1924, genomen tijdens een tijdelijke tentoonstelling van kunstenaar Theo Blickx, toont dat de galerij van de feestzaal doorloopt tot aan de voorgevel.

 
afb 19_1965 23 jan KKT St Jozef foto 03
afb 17_1952 Godelieve Maes winterfeest C
afb 18_1965 23 jan KKT St Jozef foto 02

Aanpassingen tijdens het interbellum

 

In 1936 werden de muren roosbruin geschilderd. De zuilschachten kregen een okerkleur met een roodbruine marmerschildering. De kapitelen, de deuren en de balustrade werden donkergroen, bijna zwart geschilderd. De bühne werd afgewerkt met een donkerrode laag. De booglijst kreeg een auberginekleur.

 

Tegelijk werd in het middenvak een parket met visgraatmotief gelegd op een betonnen ondervloer, afgeboord door cementtegels onder de gaanderijen. De tegels werden onderzocht door Expert Mario Baeck. Hij beschrijft ze als een hoogwaardig product van de Gentse cementtegelfabriek S.A. Les Usines à carreaux en ciment Fièvé uit de periode 1914-1940. De tegels waren erg in de mode in de Belle-Epoquetijd. Ze werden nog gebruikt in het interbellum, al waren ze toen niet echt modieus meer. De cementtegels zijn typische ‘parkettegels’, mogelijks uit 1936. Dezelfde tegels komen ook voor in de vestibule aan de straatzijde. Dat doet vermoeden dat deze vestibule met dubbele trap ook rond die tijd gebouwd zijn.

13.jpg

Turnfeesten van onder meer De Roode Turners (1923), turnkring ‘Moed en Kracht’ (1952) en de Koninklijke Kring der Mechelse Turners vzw (1965).

 
10.jpg
11.jpg

De nog aanwezige cementtegels op het gelijkvloers worden door de heer Mario Baeck toegeschreven aan de Gentse firma Fièvé, die ze - volgens hun catalogi - fabriceerde tussen 1914 en 1940.

 

Oorlogsschade en herstel

 

Tijdens de vierde afwerkingsfase (mogelijks 1947) werd het volledige interieur, inclusief de deuren en grijsgroene balustrade, lichtgrijs geschilderd. De kooflijsten rond de lanterneau hebben een grijze afwerking en een witte afwerklaag, passend bij de voorlaatste kleurstelling in de zaal.

Door oorlogsschade worden in 1949 grondige aanpassings- werken aan het dak en de lanterneau uitgevoerd voor een totaliteit van 900 836,13 frank. De bestaande dakconstructie en ‘het platlichtraam’ worden gesloopt, dakgoten en vijf lagen metselwerk van de buitenmuren worden weggenomen. Vervol- gens worden de buitenmuren opnieuw aangevuld met vijf lagen in machineklampsteen. Op de muurplaat wordt een ringbalk in gewapend beton voorzien. De dakconstructie wordt volledig vernieuwd en alle stalen gebinten, verbindingsijzers en gor- dingen worden bevestigd op de ringbalk. De historische, vermoedelijk houten, lanterneau wordt vervangen door een ijzeren constructie met ophangsysteem. Uiteindelijk wordt de volledige ijzerconstructie geschilderd in twee lagen loodmenie en twee lagen loodwitolieverf.

 

Een vijfde afwerkingsfase, waarschijnlijk in 1949, kleurde aansluitend het hele interieur wit.

Hoogdagen voor het feestgebeuren

 

In de tweede helft van de 20ste eeuw draaide de stadsfeestzaal op volle toeren. Dansfeesten, theatervoorstellingen, exposities en festiviteiten wisselden elkaar af zoals expo's rond Theo Verschaeren en Willem Geets, feesten van diverse turnkringen, het bal van Akademia, opendeurdag Mechelse radioamateurs en een internationale bijeenkomst van Sahaja Yoga.

In de jaren 1980 werden enkele aanpassingen gedaan. De zaal kreeg een nieuwe verwarmingsinstallatie en in 1986-1987 legde de firma Dille een weggebroken plankenvloer van de Koninklijke Paardenstallen op de bestaande betonplaat. Rond die tijd kreeg de zaal ook haar huidige witte afwerking.

afb 21_1953 stadsfeestzaal M Alcide gr (

▲ Carnavalbal van Akademia (1953, 1956, 1958, 1961, 1964, ...) met thema’s als ‘Het naakt en de dood’, Mexicana , Flamenco, circus.

 

Van stadsfeestzaal tot stadsbioscoop

Om budgettaire redenen ging het stadsbestuur in 2013 op zoek naar een externe partner.

 

In 2015 kwamen Lumière en Stad Mechelen overeen om de stadsfeestzaal in concessie te geven voor de uitbating van een kleinschalige stadsbioscoop. Aangezien het gebouw niet kan voldoen aan de strenge akoestische normen (geluidshinder naar de omgeving), wordt in het gebouw een doos geplaatst. In de box bevinden zich drie kleine gestapelde filmzalen. De architectuur van de stadsfeestzaal blijft aanwezig als historisch waardevol kader (de inkomhal, de bühne, ...) en biedt een meerwaarde voor de horeca in het gebouw.

 

Het stadsbestuur staat in voor de restauratie en de aanpassing van het bestaande gebouw. Samen met Lumière wordt geïnvesteerd in de cinematoren, met drie nieuwe cinemazalen. De cinema-uitrusting wordt door Lumière verzorgd.

Redactie: Sofie Stevens, Monumentenzorg Mechelen

afb 23_1958 BAL AKADEMIA flamenco 02 Cop
afb 26_1961 BAL AKADEMIA circus 03 Copy
afb 20_SME001006605 (c) Stadsarchief Mec